2-ster instructeur

Opleiding tot 2ster instructeur (Scuba instructor level 2 - EN-14413)

De titel van 2ster instructeur is op één na de hoogste titel die je binnen ons CMAS-brevetten systeem kan behalen. Bovenop de taken die je als 1ster intructeur uitvoerde, zoals het geven van duikopleiding binnen je eigen club, zal je ook regelmatig in andere duikscholen bijspringen.

Als 2ster instructeur kan je fungeren als duikschoolleider,je kan zelfs een duikschool uit het niets oprichten. Ook zal de federatie regelmatig beroep op je doen, bijvoorbeeld om te fungeren als jurylid bij examens voor 4ster duiker, of bij de opleiding van 1ster instructeurs.

Taken

Naast de verwachtingen aan dewelke 1ster instructeurs moeten beantwoorden, moet hij bovendien in staat zijn om:

  • Mee te werken aan de opleiding van 1ster instructeurs
  • Bepaalde openwaterproeven voor 1ster instructeurs te kunnen afnemen
  • Hulp te bieden aan 3ster instructeurs tijdens de andere proeven voor 1ster instructeurs
  • Actief deel te nemen aan de vergaderingen van de Commissie Duikonderricht
  • Taken te delegeren aan een 1*I (voor zover toegelaten)
  • Deel te nemen aan regionale jury?s bij duikclubs
  • Andere clubs en scholen bij te staan in geval van onvoldoende kader
  • Als duikleider te kunnen optreden van ploegen van meer dan 3 duikers (in al zijn facetten) inclusief van op een boot.
  • Duiken te organiseren voor omvangrijke groepen (minimum 15 personen) en dit zowel in zee als elders.

Voorwaarden

Deelname aan het theorie examen

  • 1ster instructeur zijn gedurende 12 maanden op datum van het theorieexamen
  • medisch en administratief in orde zijn
  • ten minste 20 zwembadlessen gegeven hebben sinds het behalen van de titel 1ster instructeur
  • voorgesteld worden door zijn voorzitter en duikschoolleider

 

Deelname aan de zeestage

  • 25 openwaterduiken geleid hebben, waarvan minstens 10 in zee of de Oosterschelde, sinds het behalen van het brevet 1ster instructeur
  • 250 duiken en 125 duikuren hebben volbracht, waarvan 80 zeeduiken dieper dan 30 m
  • 20 zeeduiken gedaan hebben vanaf een boot, waarvan 10 sinds het behalen van het brevet 1ster instructeur
  • 50% van de Oosterscheldeduiken worden als zeeduiken aanvaard

Theorie

Dit examen veronderstelt een doorgedreven kennis van volgende onderwerpen:

  • adminisratie
  • decompressietechnieken
  • fauna en flora
  • materieel
  • zeemanschap
  • duikorganisatie
  • duikgeneeskunde
  • duikfysica

Zeestage

De zeestage bestaat uit 8 zeeduiken met vertrek vanuit een boot. De duikploegen zijn meestal samengesteld uit vier kandidaten en twee juryleden 3-stersinstructeurs (zowel het aantal duiken als de samenstelling van de ploegen kan veranderen naargelang de noden van de stage).

De algemene beoordeling gaat over:

  • gedrag tijdens de duik (in de functies van duikleider, hekkensluiter en mededuiker)
  • de briefing (als ploegleider)
  • de debriefing (als ploegleider)
  • controle van het materieel (als hekkesluiter)
  • praktische organisatie van de duik
  • de actieve hulpverlening bij duikongevallen aan boord
  • redding onder water en aan de oppervlakte
  • voor een duikinstructeur nodige praktisch zeemanschap aan boord: knopen, aanmeren, boeien en markeringen…
  • kameraadschap
  • de kwaliteiten als instructeur (autoriteit, doeltreffendheid, duidelijke instructies enz...)
  • de menselijke contacten

 

Deel dit artikel op Facebook

Submit to Facebook